Column: Najaarsweide

Vijf ooien en drie lammeren kocht ik er afgelopen seizoen bij. Prachtige leicester longwool schapen in de kleurvariëteit ‘coloured’, donker. Zwart kunnen we het zeker niet noemen. Ik heb de laatste jaren weinig lammeren van mijn eigen fokkerij aangehouden. Daarom besloot ik deze zomer om acht nieuwe dieren aan te schaffen. De leicester longwool is een sterker ras dan de wensleydale longwool, vandaar mijn keuze om dieren van dit ras te kopen. De Leicesters zijn geboren in het mooie Overijssel en verhuisden naar Brabant.

Mijn eigen kudde is gewend regelmatig verplaatst te worden. Wanneer ik wil dat ze komen dan roep ik ze met een luidkeels ‘Beèèèè’ terwijl ik in de handen klap. Wat ook goed helpt, is rammelen met een emmer brokjes. Dat zet mezelf weer even op mijn plaats: de schapen komen niet voor mij, ze komen voor de brokjes. Zelfs de nieuwe schapen zijn na een week of vijf gewend aan het ritueel. Ze weten dat het meestal brok een oplevert als ze naar me toe komen.

Mijn kudde loopt in het najaar in de weides van lokale koeienboeren. De schapen lopen nu op grote percelen van meerdere hectares van boer Anton en eten er het laatste gras van het seizoen op. Normaal gesproken weiden mijn schapen in de kudde redelijk dicht bij elkaar. Maar nu lopen ze verspreid: de bestaande kudde blijft als een hechte groep bij elkaar en de Leicester Longwools elders met hun achten.

Dat verbaasd me. Waarom integreren die twee rassen niet? Vinden de Leicesters de zachte ‘g’ van mijn kudde vreemd? Ruiken ze anders? Denken de Leicester Longwools uit het protestantse Salland dat de Wensleydales katholiek zijn? Bespeur ik hier iets van discriminatie? Racisme zelfs?

Welnee. De ‘oude’ schapen kennen elkaar langer en zijn daardoor een hecht gezelschap geworden. En misschien hebben de nieuwkomers last van gewenningsproblemen en zoeken ze daarom steun bij elkaar. Ik heb jaren geleden eens een groepje van vier geiten uitgebreid met één nieuw dier – zelfs na een jaar was er van integratie nog geen sprake. Schapen zijn gelukkig wat milder.

Ik verwacht dat deze Leicesters als groep altijd bij elkaar zal blijven. De tweede generatie zal pas bruggen slaan en integreren. Zij groeien samen op met dezelfde gewoontes en geur en groeien op met mijn lokroep. Rassen zullen zich gaan vermengen.

U voelt de vergelijking met actuele ontwikkelingen al aan. De wereld staat in brand en Nederland staat voor een enorme opgave om veel vreemdelingen op te nemen met een andere nestgeur, religie en taal. Het zal wennen worden om uit dezelfde ruif te eten. De eerste generatie zal moeite hebben om echt te integreren, hoe hard we ook roepen dat het moet. Als schapen daar zonder religie en taal al moeite mee hebben, hoe complex is het dan voor ons en onze nieuwkomers?

Nederland is de najaarsweide van boer Anton, er staat genoeg gras en er is genoeg ruimte, we moeten elkaar die ruimte wel gunnen.

Comments are closed.